Tagarchief: Deventer

Golfbeweging

Ik ken van vroeger nog de groene golf. Je weet wel, dat traject in Dieren, waar je voor geen enkel verkeerslicht hoefde te stoppen, mits je eenmaal in de goede flow zat en niet harder reed dan vijftig kilometer per uur. Groene golf klinkt als iets universeels, maar ik ken het alleen van Dieren. Van toen.

De groene golf was vast bedacht door een actiecomité (Red Dieren van de beesten) dat eigenlijk alle auto’s wilde weren uit de gemeente. En als ze er dan toch moesten zijn, dan maar het liefst zo kort mogelijk. De route van de groene golf  liep langs het station, alsof je ook nog ‘ns  een dikke vinger kreeg van de Nederlandse Spoorwegen. Vervolgens kwam je dan ook nog voorbij de rijwielfabriek van Gazelle, en je hoorde in je verbeelding dezelfde man die later de commercials van De Hypotheker insprak, met luide stem roepen: ga toch fietsen! Die hele groene golf was dan ook een protest tegen de automobilist. Het neveneffect was dat je zuinig reed en snel dat klotedorp weer kon verlaten. Goed voor het milieu en goed voor m’n agenda.

In Deventer is er nu wat anders aan de hand. Probeer hier maar ‘ns de stad uit te komen. Er lijkt hier verdomme sprake te zijn van een rode golf. Ieder verkeerslicht turns out to be een stoplicht. Ik zweer het je. Goed voor je adrenaline, dat wel. Maar die slechte afstemming van lichten heeft tot gevolg dat je gewoon asociaal moet gaan rijden, wil je nog érgens op tijd aankomen. Het is gewoon een regelrechte stimuleringsmaatregel om iedereen zo hard mogelijk te laten rijden. Slecht voor het milieu, slecht voor de statistieken van de verkeersongevallendienst, slecht voor m’n humeur.

Deventer observaties 4

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

In het biercafé achter De Waag staat een vriendelijke man met het postuur van een jongen, achter de tap zijn klanten te helpen. Hij houdt van zijn product, maar hij ruikt niet naar bier, maar naar gastheerschap en liefhebberij. Het is een kastelein in hart en nieren maar zijn postuur kan de naam nauwelijks dragen. Geen rondbuikigheid, geen platgetreden paden in zijn conversaties, geen drankogen van de vakbroeder die zelf zijn grootste afnemer is.

Het café is vol, zoals altijd. Er klinkt muziek op de achtergrond, zoals altijd. Niemand herkent de muziek, geniet ervan, of stoort zich eraan. Zoals altijd. Iedereen is uit en thuis tegelijk. Zoals altijd.

Deventer observaties 3

Ik sta in de korte rij voor de balie van de apotheek en mijn oog valt op een bordje in de medicijnenkast.  In handgeschreven blokletters staat er: kinderwens. Kinderwens? Ik schiet spontaan in de lach, maar voel me direct gegeneerd, want er is natuurlijks niet grappigs aan ongewenste kinderloosheid. Wat voor medicijnen kan ik hier dan kopen? Zijn het lustopwekkende tabletten voor haar, of middelen die helpen tegen een erectiestoornis van hem?

Het kan natuurlijk zijn dat de akinderwens uitsnedepotheker vrouwen een dienst wil bewijzen die een man aan zich willen binden door middel van een zwangerschap en een daaruit voortkomend kind, terwijl die mannen dat juist niet willen. “Nou mevrouw”, zegt die apotheker , terwijl hij een doosje van het bewuste schap trekt: “dan gebruikt u toch voortaan deze zogenaamde anticonceptiepillen van het merk Placebo?” Maar nee, deze apotheker, mijn apotheker, is een betrouwbare man. Maar een medicijn om een kinderwens mee te vervullen? Eerlijk gezegd denk ik direct: als u een kinderwens hebt, lieve lezers: neuken!

Deventer observaties 2

In het centrum van de markt staat op de kop een groentekraam. Wat heet. Het complex telt wel zes geschakelde kramen, waarachter een zelfde hoeveelheid personeel zich verdringt tussen komkommers en appels, aardbeien en sla, weegschaal en kassa. Albert Schweitzer kijkt van een afstandje op de kraam neer. 

De jongste man in het gezelschap prijst z’n druiven aan op een manier die in de verste verten niet doet denken aan de visverkoper verderop. Hij zal z’n dag niet hebben. Was vermoedelijk liever bij z’n vriendin op de camping geweest. Hij roept dat hij de lekkerste druiven van Deventer in de aanbieding heeft, maar niemand gelooft hem. De druiven zijn pitloos en hij ook.

Deventer observaties 1

“Kibbelingûh, lekkere kib-be-ling-ûh!” klinkt het vanachter de eerste kraam. Het is een sober tentje, zeker in vergelijking tot de rijdende keuken van de collega’s uit Spakenburg, die een eindje verderop staat. De twee mannen hebben een strakke rolverdeling: de clown en de knecht. Waar Knecht zijn taak toegewijd en in stilte volbrengt en er zodoende voor zorgt dat de voorraad gebakken vis op peil blijft, geniet Clown van zijn kleine podium. Hij is soms ronduit seksistisch in het aanspreken van zijn clientèle, maar niemand die daar aanstoot aan neemt, want hij doet het met een flair die alle ontluikende boosheid doet verdampen.

“Kibbelingûh, lekkere kib-be-ling-ûh!” klinkt het nogmaals en de laatste vier lettergrepen krijgen net zoveel aandacht als de beide rondborstige dames die zich bij de klanten voegen. “Zo, jongedame, wat heb jij een mooie… boodschappentas!”  Niemand van de andere consumenten klaagt wanneer Clown de mooie nieuwkomers eerst helpt. Het is lekker weer; ook dat scheelt.