Categorie archief: Gedachten

Hier zit een luchtje aan!

Het Franse bedrijf Électronique introduceert binnenkort Odeur-tv™. Met een kleine aanpassing aan uw eigen televisietoestel wordt het mogelijk om geuren van programma’s die daarvoor geschikt zijn gemaakt in uw huiskamer binnen te halen. Met een simpele klik op uw afstandsbediening ruikt u wat u ziet. What you see is what you smell. De intensiteit kunt u zelf regelen. En bevalt de geur niet, dan schakelt u net zo makkelijk weer uit.

Électronique verwacht een stormloop op het apparaatje.

Wisselgeld

Hubert stond in 1965 (kan ook 1966 zijn geweest) met een geleend kind op de kermis. Hij vertelde dat “zijn zoontje” voor hem kon wisselen. Dat hij hem een briefje van vijf gulden te eten gaf, om hem vervolgens vier losse guldens en vier kwartjes uit te laten poepen. “Voor de automatiek”,  zei Hubert erbij. De voorstelling duurde een half uur en de entreekaartjes gingen voor een knaak van de hand. Dat was veel geld voor zo’n attractie in die tijd.

Iedereen wist dat Hubert blufte en dat hij het niet waar kon maken. Maar verdomd, het kind had z’n bankje nog maar net verorberd of daar poepte hij z’n muntjes uit.

Toen ik Hubert veel later vroeg hoe hij dat nou flikte, wendde hij zich af; hij wilde er niet meer over praten.

Opgevangen

Een van de grootste genoegens van het reizen per trein is toch wel het ongeneerd af kunnen luisteren van telefoongesprekken die niet voor jouw oren zijn bedoeld. Zoals gisteren. Ik nam plaats tegenover een jonge vrouw, die klaarblijkelijk met het grootste gemak in de coupé haar dagelijkse werkzaamheden kon voortzetten. Luister je even mee?

  • Hallo, u spreekt met Nuance, van Enerzijds Anderzijds, wat kan ik voor u doen?

Ze legde haar kauwgom op de rand van het planchet.

  • Nee, dat is bij ons niet mogelijk, althans, meestal niet.

Haar oogopslag deed vermoeden dat de vraag van de beller al eens eerder tot groot ongenoegen aan haar was voorgelegd.

  • Mmm, tja, dat ligt er aan. Soms wel, soms niet.

Haar gelakte nagels werden aan een ogenschijnlijk grondige, maar in feite denkbeeldige inspectie onderworpen.

  • Ja, hoor dat doet die. Tenminste, gisteren deed-ie het nog redelijk naar behoren. Voor zijn doen.

Ik had geen idee waar ze het over had. En ik kreeg het ernstige vermoeden dat het ook voor haar gold.

  • Nou ja, erg, erg… ik zou eerder zeggen: vervelend, of minder fijn. Maar dat is ook een kwestie van beleving. Sommige mensen leggen de lat nu eenmaal hoger. Of lager. Net vanuit welke positie u daar tegen kijkt. Of wilt kijken.

Het begon nu een beetje beledigend te worden.

  • Ja, dat had u misschien wel mogen verwachten.

En ook dát klonk nogal kortaf.

  • Ja hoor, ik wens u ook nog een fijne dag. Naar omstandigheden.

De beller had al opgehangen voor ze haar laatste twee woorden had uitgesproken. Die zei ze dan ook niet zozeer tegen de boze klant, maar tegen haar smartphone. Met een ingehouden woede die stijlvoller was dan het gesprek dat ze zojuist had beëindigd.

Misbaar

Mijn vrouw kijkt het liefst naar films die goed aflopen, ze haat het applaus van klapvee tijdens televisiespelletjes en qua muziek is ze vooral gecharmeerd van rustige liedjes. Die liedjes hebben dan bij voorkeur het traditionele stramien van couplet-refrein-couplet-refrein-bruggetje-couplet-herhaald refrein. Lange soli van vooral gitaristen worden door haar niet op prijs gesteld.

Wij beoordelen soms samen de muziek die ons wordt aangeboden via de radio en kwalificeren die dan tamelijk rigide: de liedjes zijn misbaar of niet. Ik zal u niet vermoeien met een opsomming van de liedjes die in onze ogen misbaar zijn. Het zijn er nogal wat. Ik kan u wel verklappen dat ‘Volendam’ oververtegenwoordigd is.

Het werk van columnisten is soms ook nogal misbaar. Omdat de inhoud niets toevoegt aan al het bestaande, of omdat er een al te particuliere mening wordt vertolkt. Het land lijkt momenteel vergeven van columnisten. (En van organisatieadviseurs en coaches, maar dat is weer een ander verhaal.) Met de toename van al die vakbroeders en -zusters neemt de kwaliteit navenant af.

Ook deze column is bij nader inzien misbaar. Gaandeweg ben ik zelf tot dat inzicht gekomen en ik acht het mijn verantwoordelijkheid om u dan ook de volgende handreiking te doen. Pakt u even een pen, een liniaal met centimeterverdeling en een schaar? Ik wacht wel even.

 

Bent u daar weer? Ik stel voor dat u straks onderaan deze column een onderbroken lijn trekt, die bestaat uit korte streepjes van pakweg vier millimeter, met een tussenruimte van twee millimeter. Aan de rechterzijde houdt u anderhalve centimeter vrij. Op die plaats tekent u een klein schaartje; een voorbeeld heeft u inmiddels bij de hand. Leg nu pen en liniaal terzijde en pak de schaar. Knip de column af, over het lijntje dat u zojuist zelf hebt getekend. Maak van de column een prop en gooi ‘m in prullenbak of – beter – leg ‘m ongepropt in de oudpapierbak.

Het overige papier kunt u gebruiken voor het maken van een boodschappenlijstje. Of schrijf de handleiding over, opdat u die in de toekomst nog ‘ns kunt gebruiken.

 

Golfbeweging

Ik ken van vroeger nog de groene golf. Je weet wel, dat traject in Dieren, waar je voor geen enkel verkeerslicht hoefde te stoppen, mits je eenmaal in de goede flow zat en niet harder reed dan vijftig kilometer per uur. Groene golf klinkt als iets universeels, maar ik ken het alleen van Dieren. Van toen.

De groene golf was vast bedacht door een actiecomité (Red Dieren van de beesten) dat eigenlijk alle auto’s wilde weren uit de gemeente. En als ze er dan toch moesten zijn, dan maar het liefst zo kort mogelijk. De route van de groene golf  liep langs het station, alsof je ook nog ‘ns  een dikke vinger kreeg van de Nederlandse Spoorwegen. Vervolgens kwam je dan ook nog voorbij de rijwielfabriek van Gazelle, en je hoorde in je verbeelding dezelfde man die later de commercials van De Hypotheker insprak, met luide stem roepen: ga toch fietsen! Die hele groene golf was dan ook een protest tegen de automobilist. Het neveneffect was dat je zuinig reed en snel dat klotedorp weer kon verlaten. Goed voor het milieu en goed voor m’n agenda.

In Deventer is er nu wat anders aan de hand. Probeer hier maar ‘ns de stad uit te komen. Er lijkt hier verdomme sprake te zijn van een rode golf. Ieder verkeerslicht turns out to be een stoplicht. Ik zweer het je. Goed voor je adrenaline, dat wel. Maar die slechte afstemming van lichten heeft tot gevolg dat je gewoon asociaal moet gaan rijden, wil je nog érgens op tijd aankomen. Het is gewoon een regelrechte stimuleringsmaatregel om iedereen zo hard mogelijk te laten rijden. Slecht voor het milieu, slecht voor de statistieken van de verkeersongevallendienst, slecht voor m’n humeur.

Geen nut

Hubert slenterde de hakkenbar binnen, een ruimte van hooguit vier vierkante meter, in hartje stad. De zaak was met hem als enige klant al goed gevuld. Omdat hij de hakkenbarkeeper niet aantrof nam Hubert uitgebreid de tijd om eens om zich heen te kijken en hij verbaasde zich over de grote aantallen verschillende naambordjes met dito lettertypes, en over het grote volume aan sleutels. En over het totale gebrek aan hakken, toch het product waar de winkel z’n naam aan ontleende.

“Ehum”, hoorde hij plots achter zich. Klaarblijkelijk was de hakkenman in een soort vooronder werkzaam geweest, want hij stond nu achter de desk waar hij niet zou kunnen zijn terechtgekomen zonder dat Hubert hem had opgemerkt. “Ehum” kucht hij andermaal en vroeg toen: “Wat kan ik voor u doen?” “Eigenlijk niets”, zei Hubert en omdat hij wel aanvoelde dat de man daar geen genoegen mee zou nemen, vervolgde hij: “nou, ziet u, ik wil eigenlijk een extra gaatje in m’n riem. Een gat dus. Dat is dus eigenlijk niets. Dat stukje leer dat u eruit stanst, mag u dan gerust houden. Ik neem gewoon genoegen met niets en zal u dienovereenkomstig betalen.”

De man achter de desk was even volledig uit het lood geslagen. Je zag hem met zichzelf overleggen over de vraag of hij van doen had met een volslagen idioot, of dat hij slachtoffer was van een grap, al dan niet met een verborgen camera. Hubert hield vol. “Net zoals het nut van een emmer eigenlijk bestaat uit het niets. Daaraan ontleent de emmer z’n functie. Als het niets in de emmer wordt vervangen door iets, neemt daarmee de functie in ieder geval op z’n minst een béétje af. Al naar gelang de volume van het iets dat in het niets wordt opgenomen.”

Het geduld van de winkelier raakte op. “Wilt u nu eens ophouden. Ik sta hier niet voor niets!” Hubert dacht daar heel anders over en trok geagiteerd de riem uit zijn broek. Juist op dat moment passeerden twee stadswachten de winkel. De waargenomen stemverheffing en de uitgetrokken broekriem leken voor hen duidelijke signalen van een oplopend handgemeen en ze stonden dan ook klaar om in te grijpen.De dikste van de twee brulde “En wat is hier aan de hand, heren?” Waarop plotseling de harmonie als donderslag bij heldere hemel tussen de winkelier en zijn klant intrad en zij in koor riepen: “Oh, niets!”

De Mierenneuker spreekt zicht uit – deel 1

“Je hebt nog 2 dagen om je Staatslot te kopen” waarschuwt de Staatsloterij op Twitter, een paar dagen voor de volgende trekking. Het is een antwoord op een niet gestelde vraag. Een antwoord waarvoor een vraag niet was verwacht ook. Een soort retorisch antwoord dus.
Maar er is nog meer gek aan die formulering. Als er al sprake is van “je staatslot’ dan hoef je dat toch niet meer te kopen?

Een andere kroniek van een aangekondigde dood

Verjaardag. Gek woord. Als voor een delict een verjaringstermijn staat van twee jaar en die termijn loopt af op 1 januari 2020, is 31 december 2019 dan de verjaardag? Of zijn er dan juist 730 verjaardagen?

Als ik de dag wil vieren waarop ik x jaar geleden ben geboren, heb ik er niet direct behoefte aan om geconfronteerd te worden met het feit dat ik eindig ben. Langer dan een kort moment  stilstaan bij m’n geboortedag vind ik ook een beetje onzinnig. Ik zou m’n moeder kunnen bellen: “hé, mam, weet je nog?” Maar zo’n dag vieren dat je weer een stukje dichter bij het einde bent, vind ik morbide.

Ik stel voor om aan te sluiten  bij Duits- en Engelstaligen (Geburtstag en birthday) en hanteren we voortaan geboortedag.

Dit jaar vierde ik m’n geboortedag op 15 juli. En volgend jaar? Dat valt nog te bezien.

Kapsones

Wegens onder meer: Prinses van Lippe-Biesterfeld, Markiezin van Veere en Vlissingen, Gravin van Katzenelnbogen, Vianden, Dietz, Spiegelberg, Buren, Leerdam en Culemborg, Burggravin van Antwerpen, Barones van Breda, Diest, Beilstein, de stad Grave, het Land van Cuijk, IJsselstein, Cranendonck, Eindhoven, Liesveld, Herstal, Waasten, Arlay en Nozeroy, Erf- en Vrijvrouwe van Ameland, Vrouwe van Baarn, Besançon, Borculo, Bredevoort, Bütgenbach, Daasburg, Geertruidenberg, Hooge en Lage Zwaluwe, Klundert, Lichtenvoorde, Loo, Montfort, Naaldwijk, Niervaart, Polanen, Steenbergen, Sint-Maartensdijk, Sint Vith, Soest, Ter Eem, Turnhout, Willemstad en Zevenbergen, is het voormalige staatshoofd van het Koninkrijk der Nederlanden voorgedragen voor de Nobelprijs voor de Titelatuur.

Uitdrukking

Onlangs kwam ik op Facebook deze reactie tegen: “Ik had weinig te zeggen, dus hield ik m’n mond maar.” Op het eerste gezicht is daar niets raars aan. Maar bij nader inzien is het toch een merkwaardige positie. Je had niets te zeggen, dus hield je je mond maar. Beslist te waarderen. Ik wou dat meer mensen dat in de praktijk zouden brengen. Maar als je vervolgens gaat zéggen, dat je je mond maar houdt omdat je niets te zeggen hebt, span je het paard achter de wagen. Dat vind ik humor. Dat haalt de dominee Gremdaat in mij naar boven.

Zo plaatste ik de volgende reactie op Facebook. “Ik had weinig te zeggen, dus hield ik m’n mond maar.” Kent u die uitdrukking: “Ik had weinig te zeggen, dus hield ik m’n mond maar.” Net als: Ik ben een wetenschapper en tegelijkertijd geloof ik in God, dus houd ik m’n mond maar. Of: zowat het enige dat ik in kan brengen in de politiek is: weg met de Islam, dus houd ik m’n mond maar. Ik wens u nog een fijne voortzetting met leuk gezelschap, lieve vrienden. En spekjes, natuurlijk.

De gewraakte sprekende zwijger zag er de humor niet van in en reageerde uiterst geprikkeld. Daarop had ik van alles te zeggen, maar ik hield m’n mond maar.